Welkom in een nieuw tijdperk: het passionisme!

Standaard

Een aantal leerkrachten zijn me altijd bijgebleven. Het waren leerkrachten met een sterke drive om het goed te doen, iets toe te voegen buiten de leerstof. Die af en toe buiten de lijntjes kleurden. Die los kwamen van hun lesvoorbereiding of handboek. Ze inspireerden me. Ze geloofden in mij. Dat maakte indruk. Het waren gepassioneerde leerkrachten!

Welke leerkracht herinner jij je nog? Echt ver moet je het volgens mij niet zoeken, want elke school heeft dat talent in huis. Breng dat mens-zijn naar boven, zou ik zeggen, want leraren met goesting, creëren leerlingen met goesting. Maar hoe schep je zo’n omgeving waarin dat kan?

Passie is besmettelijk.

Passie leer je niet. Het is een manier van zijn, een emotie. Passie gaat over jezelf, je persoonlijke betrokkenheid en engagement. Passie is zo subjectief dat het effect ervan onvoorspelbaar is. Dat is het ‘passieve’ in passie: het overkomt je. Passie is dan ook niet effectief in de technische, meetbare zin. Maar leraren met passie maken wel degelijk het verschil. Een leraar met passie is overtuigend, toegewijd en enthousiast. Intellectueel en emotioneel gaat hij helemaal op in zijn werk. En dat is besmettelijk.

Een leerkracht met passie brengt discipline, motivatie, betrokkenheid, studie, kennis, kunde, vaardigheden en attitudes bij. Een leerkracht met passie brengt leerlingen ‘in flow’. En leerlingen die in flow zijn, zijn betrokken en gemotiveerd, minder lastig en minder koppig. Het onderwijs is dus gebaat bij medewerkers die zot zijn van lesgeven, van opvoeden, van leerlingen,…

Jobcrafting: zelfsturing die energie geeft.

Gepassioneerde medewerkers regelen het werk liever zelf, zodat het aansluit bij hun eigen interesses, talenten en competenties. Jobcrafting heet dat. Het is een vorm van (sociaal) ondernemerschap op niveau van de medewerker. Het geeft energie. Naarmate de opdracht complexer is, willen gepassioneerde medewerkers meer ruimte en mogelijkheden om zelf te plannen, te roosteren, af te spreken, leerdoelen te bepalen,… en minder afhankelijk te zijn van voorgekauwd onderwijs. Door het delen van informatie kunnen ze de juiste beslissingen nemen. Het is een actieve job, die veel leerkansen en ontwikkelingsmogelijkheden biedt. Uitdagende verwachtingen worden haalbaar. Leerkrachten gaan anders denken over het werk door meer de eigen bijdrage te benadrukken. Die autonomie schept goesting om meer te doen met minder tijd (en middelen). Het is het heruitvinden van de job, elk in zijn eigen context.

In een vast en veilig nest wordt met passie samengewerkt aan het hogere doel.

Een goede verbinding tussen leerkracht en leerling is onontbeerlijk voor een goed welbevinden. Geen goede prestaties zonder relaties en geen relaties zonder vertrouwen. Geen vertrouwen zonder respect. Behandel anderen zoals je zelf behandeld wilt worden, is een gouden regel.

Ook binnen een team willen medewerkers zich welkom voelen. Een vast nest dat psychologische veiligheid biedt waar ze met elkaar professioneel kunnen samenwerken. Ze hebben behoefte aan collegialiteit en een aangename werksfeer met goede onderlinge en waarderende verhoudingen. Maar bovenal willen ze zich verbinden tot een hoger doel en de visie van de school. Het is goed om hen te betrekken bij de opmaak van een visie. Want waar persoonlijke voorkeuren en waarden samenvallen met de waarden van de school ontstaat een perfecte match die energie geeft. De inzet en drive van de leerkracht rendeert dan niet alleen voor zichzelf, maar evengoed voor het geheel van de school. Scholen die investeren in een wervende visie en autonomie geven aan medewerkers, creëren gunstige randvoorwaarden.

Wie steeds hetzelfde werk doet, blijft blind voor nieuwe kansen.

Leerkrachten hebben te maken met vele vernieuwingen. Maar klopt de verzuchting dat ze daardoor minder kwaliteit kunnen leveren dan vroeger? Wie steeds hetzelfde werk doet, ziet zelf geen leermogelijkheden en voelt zich niet competent genoeg om ‘ander werkgedrag’ te ontwikkelen. Te veel leerkrachten krijgen onvoldoende kansen om te leren en zelf opleiding te volgen. Hen realistisch aanspreken op hun talent en laten voelen dat ze ook fouten mogen maken, creëert een lerende omgeving.

Een zinvolle bijdrage leveren aan een groter geheel, dat geeft goesting.

Wie topdown denkt, vreest ten onrechte dat de organisatiedoelstellingen niet (meer) worden gehaald wanneer medewerkers meer autonomie krijgen en aan jobcrafting mogen doen. Bottom-up vorm geven aan je eigen werk, maakt het juist opnieuw meer betekenisvol. Zinvolle doelstellingen geven mensen een reden om iets te doen omdat het relevant is en omdat het bijdraagt tot een hoger doel. Vanuit een idealisme streven naar een betere wereld of om leerlingen beter te maken, maakt gelukkig.

In het tijdperk van passionisme treden we buiten de kaders.

Lesgeven is een creatieve opdracht. De oude organisatievormen zorgen amper voor de juiste setting. Willen we iets veranderen zodat bevlogen leerkrachten met passie kunnen lesgeven, dan moeten we buiten de bestaande kaders durven te treden. Organisaties en scholen werden vroeger gebouwd volgens het motivatieprincipe van de homo economicus met de stok en de wortel. Het kapitalistisch denken wil mensen in beweging krijgen door een wortel voor te houden (voordelige statuten, verlofstelsels, lonen, bonussen,…). Het communisme motiveert door te dreigen met de stok (stok achter deur, centralisme, controle en beheersing,…).  Beiden hebben gemeen dat ze uitgaan van sterke hiërarchie met arbeidsspecialisatie en veel regels en procedures van bovenaf. De gevolgen zoals bureaucratie, vervreemding van het werk, zinloosheid, burn-out, weinig betrokkenheid… zijn gekend. Geld als motivator maakt ons niet gelukkig.

Plaats voor passie, jobcrafting, zelfsturende teams, respect voor talenten en waarden, vrijheid en autonomie scheppen tegenwoordig een betere motiverende voedingsbodem. En je zal zien, de productiviteit en werktevredenheid neemt toe. Leidinggevenden moeten dan enkel nog de juiste voorwaarden scheppen. Tijd dus om het nieuwe tijdperk van passionisme in te luiden en een context te creëren waarin mensen zichzelf motiveren omdat ze het zelf willen. Geef de leerkrachten de ruimte om in alle veiligheid samen te werken en een bijdrage te leveren aan een haalbaar gemeenschappelijk resultaat om de leerlingen vooruit te helpen. Die gepassioneerde leerkrachten bestaan echt. Die directies ook. Ik geloof er in.

 

Advertenties

Hoe ik ‘still’ val op het werk

Standaard

Ik zit met 2 vragen. Welke waarde voeg ik toe aan mijn organisatie? En wanneer doe ik iets wat er écht toe doet? Het exacte antwoord vinden, is minder belangrijk dan mezelf de vraag stellen. Maar het probleem is vaak dat ik geen tijd en ruimte vind doorheen mijn drukke dagen om mezelf die vraag te stellen.

Onlangs deed een collega met mij een interview in een tentje voor Still, het nieuwe, hele mooie magazine van de Broeders van Liefde dat gisteren voor het eerst verscheen en zoekt naar verstilling, verbinding en engagement. Ze vroeg me of er tijd en ruimte is op mijn werk om ‘still’ te vallen en over die dingen na te denken. Je geloof het nooit, maar het werd even… still. Ik aarzelde. Dan antwoordde ik haar het volgende: “Af en toe houden we hier een bezinning in de kapel. De laatste herin­ner ik mij nog goed. Ik had het heel druk, mensen stelden mij vragen, ik pleegde nog een laatste telefoontje. Dan zat ik daar plots. Het was heel stil. Er gebeurde niets. Er was alleen een boekje met daarop: ‘dit is een stiltemoment, je mag vertrekken wanneer je wil’. Ik had het echt las­tig. Plots werd ik met mezelf geconfronteerd. Ik moest tijd maken voor mijn geest. Tijd maken om mijn verstand te laten waaien.”

Zo’n momenten zijn altijd weer een les voor mezelf. In alle drukte moeten er momenten zijn om ‘still’ te vallen. Momenten van reflectie, onthaasting en bezinning. Dat hoeft niet tijdens een yogales te gebeuren, het kan evengoed op het werk.

Hoe zit dat op jouw werkplek? Laat het hieronder even weten.

Wil je het nieuwe, prachtige magazine Still gratis ontvangen? Klik dan even hier.  

Wil je het hele interview met mij en Koen Oosterlinck lezen? Klik dan even hier. 

foto yves blog

Amper begonnen en al gestopt

Standaard

De 4 problemen waar beginnende leerkrachten mee kampen (en een poging om ze op te lossen)

Els is beginnend leerkracht economie en biologie en werkzaam in 3 middelbare scholen. Ze geeft nu in totaal les aan 274 leerlingen met roots in 17 verschillende landen, komt in contact met 455 collega’s en heeft 3 contracten waarvan ze van 2 niet weet hoe lang die zullen lopen. Op 1 september is ze gestart en 1 maand later is ze moe, maar nog steeds enthousiast.  Ze behoort namelijk tot het soort dat veel energie, veel goesting en pakken geestdrift bezit. En daar ben ik bang voor. Dat die eigenschappen op termijn zouden wegsmelten. En dat ze net zoals 22% van haar beginnende collega’s binnen de 5 jaar na haar eerste les uitstroomt. Want de feiten zijn daar. Meer leerkrachten die uitstromen en minder leerkrachten die aan de lerarenopleiding beginnen: dat is vragen om problemen. Tijd voor actie.

Om Els te helpen is er dit klavertje vier van problematische factoren die dringend maatregelen vereisen.

  1. Onderwijskundige bedrijfs-cao

Ten eerste is er de jobonzekerheid. Leerkrachten  hebben onvoldoende perspectief op een haalbare en volledige job met uitzicht op inkomenszekerheid. Leerkrachten zoals Els die lesuren sprokkelen in verschillende scholen om aan een fulltime opdracht te komen ervaren extra werkbelasting. Vergaderingen, afspraken, e-mails, nota’s en lastige vragen: je ontvangt ze allemaal in drievoud. Kunnen we lesopdrachten in een regio niet beter bundelen tot een coherent geheel en leerkrachten aanstellen op niveau van een (regionaal) schoolbestuur? De lespakketten in de regio kunnen dan zo herschikt worden dan iedereen werkbaar werk heeft.

Onderwijskundige  lokale CAO’s kunnen herverdeling  van werk en inkomen sneller mogelijk maken

Laten we beginnende leerkrachten bovendien extra tijd geven door ze niet met een overvol lesrooster te laten starten, maar hun pakket gradueel uit te bouwen. Ervaren seniorleerkrachten maken graag enkele lesuren vrij om jonge collega’s te helpen in ruil voor een lagere werkbelasting. Laat beide generaties met elkaar spreken, zet ze rond de tafel. Ik ben er zeker van dat ze het op een akkoordje gooien om dat ook financieel geregeld te krijgen. Laten we niet wachten op een top-down regeling van de overheid maar dit lokaal aanpakken in een onderwijskundige ‘bedrijfs-cao’.

  1. Sleutelen aan het opleidingscurriculum

Ten tweede ervaren jonge leerkrachten een groot verschil tussen het ideaalbeeld over hun job en de dagelijkse realiteit in de klaspraktijk. Noem het gerust een schokeffect met alle vormen van emotionele belasting tot gevolg. Een grotere diversiteit in de klas, leidt bovendien tot veel onverwachte gebeurtenissen. Die onvoorspelbaarheid verhoogt de werkdruk en –stress. Leerkrachten geven aan dat ze het gevoel hebben niet competent genoeg te zijn en dat hun werk nooit af is. Hoe overleef ik dit 8 uur per dag, helemaal alleen?

De lerarenopleiding moet hervormd worden zodat werken, leren en ondernemen samenvallen.

Toekomstige leerkrachten via stages voorbereiden op dergelijke complexe uitdaging is ONvoldoende. Sleutelen aan het curriculum zou laatstejaarsstudenten de kans kunnen geven om gedurende langere tijd mee te draaien in mentorcafés en op de werkplek waarbij ze samen met mentoren en andere leerkrachten ervaringen kunnen uitwisselen. De school als werk- en leerplek en de hogeschool vormen dan samen een continuüm. Een duaal leertraject persoonlijk op maat van de student en de schoolcontext of een vorm van werkplekleren voor hoger onderwijs zou een meerwaarde bieden en een waardig alternatief vormen voor bepaalde theoretische vakken uit de lerarenopleiding. Leren, werken en ondernemen zijn een geïntegreerd geheel.

  1. Structurele aanvangsbegeleiding

Les geven is werk met mensen door mensen. In een klas ben je op elk moment in relatie met jongeren en dat vraagt heel veel energie. Al of niet moeilijke relaties met (bepaalde types) leerlingen, directie of bestuur maken een integratie in de schoolcultuur niet gemakkelijk, waardoor velen andere oorden opzoeken. De oplossing is om ondersteuning en begeleiding door directie en/of collega-leerkrachten structureel te organiseren zodat jonge mensen zich doorheen de vele administratie, klassen en leerlingen kunnen worstelen. Eenvoudig er van uitgaan dat een beginnende leerkracht zomaar een netwerk rond hem/haar heeft waarop hij beroep kan doen, is vaak onvoldoende. Bovendien zijn ze vaak terughoudend om hulp te vragen uit angst beoordeeld te worden als incompetent of onvoldoende vakkennis of onvoldoende zicht op goed onderwijs. Het is dus aan de scholen om die aanvangsbegeleiding uit te denken. Sinds 2010 was de financiering van  mentoruren wel weggevallen, maar blijft de verplichting bestaan om beginnende leerkrachten op te leiden.

Weg met die heilige huisjes waardoor de meest ervaren leerkrachten zogenaamde betere klassen opeisen en nieuwe onervaren leerkrachten de moeilijke klassamenstellingen krijgen.

Bovendien beschikken afgestudeerde leerkrachten weliswaar over een basispakket aan competenties om de onderwijsmarkt op te gaan, maar niet om met het volle pond voor de leeuwen te worden geworpen. Weg dus met die heilige huisjes waardoor de meest ervaren leerkrachten zogenaamde betere klassen opeisen en nieuwe onervaren leerkrachten de moeilijke klassamenstellingen krijgen. Doe het omgekeerd. Het is logischer, beter voor de leerlingen én beter voor de leerkrachten.

  1. Autonomie en ruimte

En dan is er ten slotte die ene uitdaging die voor alle werkplekken geldt.  Of het nu een school, een organisatie, een bedrijf of een overheidsinstantie betreft, mensen moeten betrokken worden en kunnen participeren aan het beleid zodat ze zelf zeggenschap hebben over hun werk. Ze moeten autonomie en ruimte krijgen. Ze moeten af van nodeloze administratieve rompslomp, strikte regels en enge procedures die hun creativiteit beknotten. Meer en meer experimenteren scholen met andere organisatievormen om het werk werkbaar te houden.  Zelfsturende teams zijn daarin de bouwstenen. Het zijn vaste teams zelfsturende en zelforganiserende leerkrachten met een verantwoordelijkheid voor een community van leerlingen over de vakken en leerjaren heen. Ze beschikken over veel regelvermogen om het werk zelf te organiseren en te beslissen wat voor hun leerlingen nodig is. Die teams zijn in staat om zelf toezichten, communicatie, evaluatie, lesroosters of opdrachten te organiseren zonder veel procedures en sturing van bovenaf, maar wel binnen de gedragen visie van de school.

Ik hoop dat de collega’s van Els meelezen. En vele anderen ook.  Of scholen die kampen met stedelijke uitdagingen van diversiteit, culturele verschillenden, anderstaligen en kansarmoede en/of sterk hiërarchisch leiderschap meer leerkrachten hebben die uitstromen? Het zal wel zijn! De vier oorzaken heb ik zopas opgesomd. Als je die combineert, heb je een gevaarlijke cocktail. Maar laten we eerst en vooral allemaal in onze eigen school kijken.  Want elke gemotiveerde leerkracht die uitstroomt, is er 1 te veel.

Deel je deze blogtekst via de onderstaande “deelknoppen”?

Adieu, speeltijd.

Standaard

Ik heb iets meegemaakt vorige week. Tijdens de pauze van een concert baande ik mij samen met mijn vrouw een weg naar het toilet voor een broodnodige sanitaire stop. We schoven aan achter tientallen lotgenoten, trappelend turend naar hun smartphones. Het was een drukte van jewelste. Geroezemoes zonder kwaliteitsvolle akoestiek. Wat een contrast met het concert. Wij wilden vluchten. Maar dat kon niet. We moesten zo nodig!

“Stel je eens voor dat je thuis vaste toiletmomenten zou organiseren met je gezin? De mensen verklaarden je gek.”

Vandaag was ik op een school. Om 10 uur rinkelde de bel. Iedereen stormde naar buiten over de speelplaats naar de toiletten. Hop hop. Met zijn allen binnen de 20 minuten plassen, want straks wordt het weer amper toegestaan. Daartussen een paar leerkrachten in opperste staat van paraatheid, toezicht houdend en de orde bewarend. Hier en daar stonden er een paar te ‘champetteren’ voor soms honderden leerlingen die ze amper of niet kenden. Van een echte relatie was geen sprake. Ik dacht aan de (hoog-)sensitieve leerling die braaf les had gevolgd tot aan het vastgelegde moment om dan samen met die andere honderd tegelijk pauze te nemen? Hoe hij of zij elke dag rondhangt op een speelplaats omgeven door galmende schoolgebouwen. Het lawaai, het heen-en-weer geloop. En daarna rustig en geordend terug naar de leshokjes. Wat we voor kinderen als heel normaal beschouwen, zouden we voor volwassenen absurd vinden. Stel je eens voor dat je thuis vaste toiletmomenten zou organiseren met je gezin? De mensen verklaarden je gek.

Om 12u was er middagpauze. In de refter hing een oorverdovend lawaai. Af en toe een fluitsignaal of autoritaire aanpak die het gonzen heel even tot een fluistertoon herleidde. De spijsvertering die stokte, de échte honger die verdween. Dit was een middagmaal van moeten. Een dwangmatige setting waarin onze kinderen moeten passen. Wie eet nu graag zijn boterhammetjes op die manier?

Ziedaar het industriële denken in ons onderwijs. Leren en leven worden mooi in tijdsvakken opgedeeld. Niet alleen in leerjaren, maar dan ook nog eens in wetenschappelijk pedagogisch verantwoorde lesuren van 50 minuten. Netjes door de directie gepland en in excel uitgetekend. Leerlingen doorlopen al die vakjes en hokjes en worden tussendoor als een kudde de grote speelplaatsweide op gedreven.

In die context is het niet verwonderlijk dat een voorstel wordt gelanceerd om ASS-leerlingen een dag in de week thuis te laten en de mogelijkheid te bieden om tijdelijk onderwijs aan huis (TAOH) te organiseren. Is dat inclusief onderwijs? Meer en meer leerlingen hebben last van al die prikkels en hebben nood aan een mentale break om het hoofd niet op hol te laten slaan. Maar kunnen we de school zodanig organiseren dat we minder prikkels teweegbrengen bij die leerlingen door bijvoorbeeld pauzes niet voor iedereen op hetzelfde moment te laten doorgaan? Kunnen we de mogelijkheid geven om ‘gelijk wanneer’ naar het toilet te gaan wanneer de drang zich aandient?

De directeur voelt het al aankomen. Hoe gaan we dan nog toezicht organiseren? Hoe gaan de lesroosters van leerkrachten en secretariaat er dan uitzien? Hoe valt dat te overzien en te beheersen? Mag iedereen zomaar vrij rondlopen op school?

“In onze huidige schoolcontext is het spijtige, maar niet verwonderlijk dat een voorstel wordt gelanceerd om ASS-leerlingen een dag in de week thuis te laten.”

Mijn antwoord: zoek naar een andere structuur en manier van werken die perspectief biedt en ervoor zorgt dat geen enkele kwetsbare leerling thuis moet blijven. Ga voor een andere mind set en toon durf en lef. Hoe? Deel je school op in verschillende leerkrachtenteams van maximum 15 leerkrachten die elk een groep leerlingen integraal volgen gedurende meerdere schooljaren na elkaar. Een tiental leerkrachten begeleiden dan een community van pakweg 80 à 100 leerlingen. Het team zorgt zelf voor alle leerinhouden, groepsindelingen en staat in voor de begeleiding en coaching van leerlingen. Elk team kan zijn eigen planning organiseren en de broodnodige ‘break’ houden. Het team bepaalt immers zelf wie hen op de speelplaats begeleidt. Toezicht krijgt een andere invulling. Allemaal leerlingen die je kent, meerdere jaren na elkaar. Het ideale moment om je rol van buddy te spelen en jouw toegewezen leerling eens aan te spreken over zijn welbevinden. Eventjes meechillen of meespelen. Een duurzame relatie in 2 richtingen. Een speelplaats vol leerlingen van de eigen community, zonder veel overlast. Gewoon je fysieke en nabije aanwezigheid die volstaan als sociale controle. Wie uitgaat van vertrouwen moet minder controleren.

Afstappen van een gestandaardiseerd organisatorisch systeem waarin alle leerlingen op hetzelfde moment dezelfde dingen moeten doen, biedt opportuniteiten om de dingen anders aan te pakken en te zorgen voor duurzame relaties met minder prikkels.

Zin om uit te proberen? Maak je collega’s warm en deel deze blog.

“(Inclusief) Onderwijs moet het lef hebben zichzelf heruit te vinden om meer persoonlijke trajecten mogelijk te maken.”

Vraag jij je dit ook af?

Standaard

1 september: dag van veel vragen. Hoe voel je je vandaag? Heten de muren jou welkom? Hoe warm word je onthaald? Zit je hier goed? Welk werk ligt er eigenlijk op de plank dit schooljaar? Op welk soort maatschappij ga je de leerlingen voorbereiden? En wat hebben ze daarvoor nodig? Feitenkennis? Of creativiteit, ondernemerschap en een neus om de juiste talenten bij elkaar te brengen? Kennis en attitudes? Of vaardigheden, identiteit en persoonlijke groei? Hoe moet je je klas vandaag organiseren om dat alles te ontdekken? Hoe vind je bijvoorbeeld de talenten van leerlingen? Hoe ontwikkel je een motiverende schoolcultuur? Hoe ontstaan dialoog en persoonlijke groei? En wie moet dat allemaal doen? Wij? Jij? De directie? De leerlingen? Wie zorgt dit jaar eigenlijk voor inspiratie en nieuwe ideeën? Wie leidt jou de toekomst in? En wat is dat dan: leiderschap? Het controleren van afsprakennota’s, regels en procedures? Of de dingen loslaten, ruimte geven tot creativiteit en initiatief? Ze zeggen dat ‘managen’ gaat over controle, beheersen, orde bewaken, schema’s en afspraken opvolgen terwijl leiderschap draait om relaties opbouwen, ruimte en verantwoordelijkheid geven, buiten bestaande kaders denken. Maar hoe zie jij dat? Ben jij een klasmanager of een klasleider? Bouw en verbeter jij systemen of inspireer jij leerlingen met passie, gedeelde principes en feedback? Loopt er bij jou 1 directeur die alles beheerst of nemen jullie samen – directeur, leerlingen en leerkrachten – verantwoordelijkheid? En jij: werk jij alleen of samen met je collega’s? Doe je aan co-teaching en teamwork? En hoe ver durf jij gaan in het geven van ruimte aan je leerlingen? Vertrouw je hen wel eens belangrijke rollen toe zoals inspraak  voor les- en examenroosters, klasorde, speelplaats, betrekken bij aanwerving nieuwe leerkrachten, mentorschap, onthaalbuddy. En hoe vaak praat je écht met hen? Bestaat er bij jullie zoiets als een ingepland gesprek waarin je luistert naar hun mening, hun stem ontdekt?

Veel vragen: we weten het. Maar laten we ze niet uit de weg gaan. Vandaag op 1 september niet, morgen niet en overmorgen evenmin. Ze zijn niet evident en het antwoord erop is vaak een weg van lange adem, van luisteren, gezamenlijk initiatief en gedeelde verantwoordelijkheid. Een zoektocht waarin we de ander proberen te begrijpen, volwassen worden in conflicten, charisma vinden in collega’s en zelf rolmodel zijn waar we kunnen. Een doorlopend proces van vernieuwen en afscheid nemen, van leren, plannen, begeleiden, opvolgen, communiceren, evalueren en belonen.

Maar de belangrijkste vraag van vandaag heb ik je nog niet gesteld: heb jij goesting?

 

Warm aanbevolen: koud water

Standaard

Dit is mijn eerste post, toegegeven, ik heb nog een beetje koudwatervrees. Maar ik ben blij dat je hebt doorgeklikt. Je bent terecht gekomen op mijn gloednieuwe blogsite. Ik zou je graag willen houden als volger. Dus blijf even doorlezen.

Deze blog wordt stap voor stap opgebouwd met artikelen over onderwijs, leiderschap en de combinatie tussen beide, over scholen, leerkrachten, cultuur en visies. Ik wil het warm water niet uitvinden, ik wil dingen bespreekbaar maken. Af en toe zal je een kwinkslag naar de actualiteit of een persoonlijke ervaring lezen. Dikwijls ter verduidelijking, met de bedoeling te inspireren of een oude gewoonte of denkpatroon in vraag te stellen. Altijd positief bedoeld, om betekenis te geven aan de dingen die gebeuren of kunnen ontstaan. Daarom zal je ook altijd kunnen reageren, zodat we met zijn allen in dialoog kunnen gaan.

Wil je deze blog blijven volgen en krijg je graag een seintje wanneer een nieuwe bijdrage klaar is? Klik dan links onderaan en volg mij. Warm aanbevolen 😉

Bedankt!