Amper begonnen en al gestopt

Standaard

De 4 problemen waar beginnende leerkrachten mee kampen (en een poging om ze op te lossen)

Els is beginnend leerkracht economie en biologie en werkzaam in 3 middelbare scholen. Ze geeft nu in totaal les aan 274 leerlingen met roots in 17 verschillende landen, komt in contact met 455 collega’s en heeft 3 contracten waarvan ze van 2 niet weet hoe lang die zullen lopen. Op 1 september is ze gestart en 1 maand later is ze moe, maar nog steeds enthousiast.  Ze behoort namelijk tot het soort dat veel energie, veel goesting en pakken geestdrift bezit. En daar ben ik bang voor. Dat die eigenschappen op termijn zouden wegsmelten. En dat ze net zoals 22% van haar beginnende collega’s binnen de 5 jaar na haar eerste les uitstroomt. Want de feiten zijn daar. Meer leerkrachten die uitstromen en minder leerkrachten die aan de lerarenopleiding beginnen: dat is vragen om problemen. Tijd voor actie.

Om Els te helpen is er dit klavertje vier van problematische factoren die dringend maatregelen vereisen.

  1. Onderwijskundige bedrijfs-cao

Ten eerste is er de jobonzekerheid. Leerkrachten  hebben onvoldoende perspectief op een haalbare en volledige job met uitzicht op inkomenszekerheid. Leerkrachten zoals Els die lesuren sprokkelen in verschillende scholen om aan een fulltime opdracht te komen ervaren extra werkbelasting. Vergaderingen, afspraken, e-mails, nota’s en lastige vragen: je ontvangt ze allemaal in drievoud. Kunnen we lesopdrachten in een regio niet beter bundelen tot een coherent geheel en leerkrachten aanstellen op niveau van een (regionaal) schoolbestuur? De lespakketten in de regio kunnen dan zo herschikt worden dan iedereen werkbaar werk heeft.

Onderwijskundige  lokale CAO’s kunnen herverdeling  van werk en inkomen sneller mogelijk maken

Laten we beginnende leerkrachten bovendien extra tijd geven door ze niet met een overvol lesrooster te laten starten, maar hun pakket gradueel uit te bouwen. Ervaren seniorleerkrachten maken graag enkele lesuren vrij om jonge collega’s te helpen in ruil voor een lagere werkbelasting. Laat beide generaties met elkaar spreken, zet ze rond de tafel. Ik ben er zeker van dat ze het op een akkoordje gooien om dat ook financieel geregeld te krijgen. Laten we niet wachten op een top-down regeling van de overheid maar dit lokaal aanpakken in een onderwijskundige ‘bedrijfs-cao’.

  1. Sleutelen aan het opleidingscurriculum

Ten tweede ervaren jonge leerkrachten een groot verschil tussen het ideaalbeeld over hun job en de dagelijkse realiteit in de klaspraktijk. Noem het gerust een schokeffect met alle vormen van emotionele belasting tot gevolg. Een grotere diversiteit in de klas, leidt bovendien tot veel onverwachte gebeurtenissen. Die onvoorspelbaarheid verhoogt de werkdruk en –stress. Leerkrachten geven aan dat ze het gevoel hebben niet competent genoeg te zijn en dat hun werk nooit af is. Hoe overleef ik dit 8 uur per dag, helemaal alleen?

De lerarenopleiding moet hervormd worden zodat werken, leren en ondernemen samenvallen.

Toekomstige leerkrachten via stages voorbereiden op dergelijke complexe uitdaging is ONvoldoende. Sleutelen aan het curriculum zou laatstejaarsstudenten de kans kunnen geven om gedurende langere tijd mee te draaien in mentorcafés en op de werkplek waarbij ze samen met mentoren en andere leerkrachten ervaringen kunnen uitwisselen. De school als werk- en leerplek en de hogeschool vormen dan samen een continuüm. Een duaal leertraject persoonlijk op maat van de student en de schoolcontext of een vorm van werkplekleren voor hoger onderwijs zou een meerwaarde bieden en een waardig alternatief vormen voor bepaalde theoretische vakken uit de lerarenopleiding. Leren, werken en ondernemen zijn een geïntegreerd geheel.

  1. Structurele aanvangsbegeleiding

Les geven is werk met mensen door mensen. In een klas ben je op elk moment in relatie met jongeren en dat vraagt heel veel energie. Al of niet moeilijke relaties met (bepaalde types) leerlingen, directie of bestuur maken een integratie in de schoolcultuur niet gemakkelijk, waardoor velen andere oorden opzoeken. De oplossing is om ondersteuning en begeleiding door directie en/of collega-leerkrachten structureel te organiseren zodat jonge mensen zich doorheen de vele administratie, klassen en leerlingen kunnen worstelen. Eenvoudig er van uitgaan dat een beginnende leerkracht zomaar een netwerk rond hem/haar heeft waarop hij beroep kan doen, is vaak onvoldoende. Bovendien zijn ze vaak terughoudend om hulp te vragen uit angst beoordeeld te worden als incompetent of onvoldoende vakkennis of onvoldoende zicht op goed onderwijs. Het is dus aan de scholen om die aanvangsbegeleiding uit te denken. Sinds 2010 was de financiering van  mentoruren wel weggevallen, maar blijft de verplichting bestaan om beginnende leerkrachten op te leiden.

Weg met die heilige huisjes waardoor de meest ervaren leerkrachten zogenaamde betere klassen opeisen en nieuwe onervaren leerkrachten de moeilijke klassamenstellingen krijgen.

Bovendien beschikken afgestudeerde leerkrachten weliswaar over een basispakket aan competenties om de onderwijsmarkt op te gaan, maar niet om met het volle pond voor de leeuwen te worden geworpen. Weg dus met die heilige huisjes waardoor de meest ervaren leerkrachten zogenaamde betere klassen opeisen en nieuwe onervaren leerkrachten de moeilijke klassamenstellingen krijgen. Doe het omgekeerd. Het is logischer, beter voor de leerlingen én beter voor de leerkrachten.

  1. Autonomie en ruimte

En dan is er ten slotte die ene uitdaging die voor alle werkplekken geldt.  Of het nu een school, een organisatie, een bedrijf of een overheidsinstantie betreft, mensen moeten betrokken worden en kunnen participeren aan het beleid zodat ze zelf zeggenschap hebben over hun werk. Ze moeten autonomie en ruimte krijgen. Ze moeten af van nodeloze administratieve rompslomp, strikte regels en enge procedures die hun creativiteit beknotten. Meer en meer experimenteren scholen met andere organisatievormen om het werk werkbaar te houden.  Zelfsturende teams zijn daarin de bouwstenen. Het zijn vaste teams zelfsturende en zelforganiserende leerkrachten met een verantwoordelijkheid voor een community van leerlingen over de vakken en leerjaren heen. Ze beschikken over veel regelvermogen om het werk zelf te organiseren en te beslissen wat voor hun leerlingen nodig is. Die teams zijn in staat om zelf toezichten, communicatie, evaluatie, lesroosters of opdrachten te organiseren zonder veel procedures en sturing van bovenaf, maar wel binnen de gedragen visie van de school.

Ik hoop dat de collega’s van Els meelezen. En vele anderen ook.  Of scholen die kampen met stedelijke uitdagingen van diversiteit, culturele verschillenden, anderstaligen en kansarmoede en/of sterk hiërarchisch leiderschap meer leerkrachten hebben die uitstromen? Het zal wel zijn! De vier oorzaken heb ik zopas opgesomd. Als je die combineert, heb je een gevaarlijke cocktail. Maar laten we eerst en vooral allemaal in onze eigen school kijken.  Want elke gemotiveerde leerkracht die uitstroomt, is er 1 te veel.

Deel je deze blogtekst via de onderstaande “deelknoppen”?

Advertenties

3 gedachtes over “Amper begonnen en al gestopt

  1. Bart Janssens

    Hier worden ‘nagels met koppen geslagen’.
    Enkele zeer sterke (en zeer terechte) stellingnames.
    Laat ons hopen dat onder ‘die vele anderen dit lezen’ ook een pak beleidsmakers en opleidingsmakers hierin hun verantwoordelijkheid opnemen.
    Het is 5 voor 12.

    Liked by 1 persoon

  2. dirk De Ceulaer

    Interessante piste, zeker die van de pedagogische bedrijfs-CAO. De kwestie verdient het om wat verder uitgewerkt te worden. Naar mijn aanvoelen vergt dit van de betrokkenen wel een grote sociale maturiteit en, voorafgaand aan een implementatie, een helder en functioneel ‘speelveld’. Met dat laatste bedoelen we dat de rollen en verantwoordelijkheden voor iedereen duidelijk moeten zijn. Een CAO – we gaan ervan uit dat we het hier niet over een CAO sensu stricto hebben – vergt overleg- en onderhandelingsvaardigheid en wie weet ook een bemiddelingsmodaliteit. De vraag is of zo’n pedagogische CAO ook door de traditionele vakbonden moet worden ‘ingevuld’. In principe niet. Ook vermoed ik dat enige stabiliteit in de job een vereiste is om te kunnen deelnemen aan het ‘afsluiten’ van zo’n CAO. De case waarover hier sprake lijkt dat ook aan te geven.

    Liked by 1 persoon

  3. Ik heb 25 jaar in het technisch onderwijs gestaan GO!. Zelden heb ik zoveel gepruts, gesukkel en desorganisatie gezien als in die school. Onbekwame directeurs, een negatieve schoolcultuur, niks in orde, geen boeken, geen materiaal, geen machines,..

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s